| Laus
Deo Adij 22 meij anno 1626 int schip Hollandia
Journael ofte dachregister vant geene gepasseert is opt Schip
Hollandia onder 't beleijt van den Edele heer Commandeur Wijbrant
Janse Schram van Enchuijssen, ende Seigneur Gilles Seijs oppercoopman
ende Willem Jansen, schipper, op dit schip Hollandia. Waren 366
sielen was gemonteert met 26 lepelstucken, 12 steenstucken, 160
musquetten ende andere amonitie van oorloge naer advenant, welck
schip is sorteerende onder de Camer van Amsterdam, ende gedestineert
om te varen naer nieu Batavia, ende sijn den 22 meij anno 1626
Wielingen uijtgeseijlt met een N.N.O. wint om nae Batavia te seijlen,
die goede Godt wil onse voorgenomen reijs segenen ende voorspoedich
maecken. Amen.
Adij 23 meij smorgens passeerde de hooffden en hebben doen onsen
lootsman gelisenteert die aengenomen was soo werde met ons te seijlen,
Adij 24de smergens sagen wij een vloot van
ontrent de 20 seijlen, het welcke die westindische vloot was, die
uijt het Tessel den 21 passado waren geseijlt, als mede een partije
sluijten met het jacht Grootebroeck, van Enckhuisne, daer onsen
Edelen heer Commandeur Wijbrant Janse Schram op was daer wij nade
middach aen boort waeren dewelcke ons belaste bijden anderen te
blijven om des morgens aen ons aen boort te coomen,
Adij 25de smorgens sagen wij de hoogelant
van Dortmijden, corts daer naer den boocj van Goutstardt. Des avonts
waren wij neffens Lesere ende lach omtrent 6 mijlen van ons, op
de streek van N.W. en naemen doen onsen coers W.S.W.
Adij 26de smiddachs bevondt mij opde hoochte van 49
graden 15 menuten, hadden den wint als vant oosten, tot het 0.5.0
ten gingen doen S.W. ten S. aen hadden den wint als vant oosten,
tot het O.S.O. ten gingen doen S.W. ten S. aen.
Adij
27de tegen den middach is onsen edele heer Commandeur aen ons boort
gecomen om sijn residentie daer opte houden, bevonden ons des smiddachs op den
hoochte van 471/2 graden ende alsoo den breede raet vergadert was,
is een stemmich goet gevonden om onsen coers ten westen S. te nemen S.W. ten
S. aen, om alsoo de eijlanden van Canerijen int gesicht te loopen. We waren ontrent
50 mijlen buijten lesert opde streeck van N.O. ten N. en S. W. ten S. hadden,
den wint van den O.S.O. ten, met frisse coelte.
Laus
Deo Adij 28 meij anno 1626 int schip Hollandia.
Adij 28de hebben des middachs geen hoochte connen
becomen per faute van son, gister geseijlt te hebben, sindt gistermiddach
28 mijlen S.W. ten S. behouden hadden den wint gehadt van den O.S.O.
met frisse coelte maer worde voor de middach stillekens. Wij deelden
ons eerste rantsoen van broot uijt voor ijder man 3 1/2 pond ter weeke, ende noch 1/3 pond boter voor ijder man ter weecke, behalve smeltboter
Adij 30de hebben des middachs geen hoochte kunnen becomen. Heb naer gissinge afegese... mijlen S.W. ten S. behouwen hadden den wint meest gehadt van den O.S.O. ende S.O. Met harde coelte ende die See seer sterck en groff uit den S.W. met seer mistich, .. ende regenachtig weer. Ick bevondt mij buijten de caep de sinister 30 mijlen en lach S.O. van ons. Wij bevonden ons schip seer leck te wesen in dit helle water want pompten per etmael over de 6000 steeck welck leck hem openbaerde voor inde boech, maar conden het selffde van binnen niet helpen, het vermoeden is, dat het sijnen oorspronck heeft onder die huids, die tegen den uitlegger leggen, alsoo die daer niet van geweest en sijn, het welck om te verwonderen is, Godt geve dat ons geen meer sulcke off dergelijcke leccagen over coomen, het weer nam noch hant over hant toe soo dat wij onse blindt moesten innemen overmits die blinde rae pladt opt water ende daer onder viel, savonts namen wij ons voormarseijl in ende des middernachts ons groot marsseijl den wint noch S.O. ten O. met dicken motregen en groote seebaren.
Adij 31de des morgens waren stillekens ende een uijr daer naer mooije
coelte den wint vanden S. smiddachs bevondt mij op de hoochte van 43 graden 33
menuten hebt afgeset 15 mijlen het eenen door het ander gereeckent W.S.W. behouden.
Seijlden weder met onse marsseijlen maer de see liep noch seer grof.
Junij
Adij prima junij smorgens ontrent ten 8 uijren cregen wijden
wint vanden S.W. met stijve coelte wenden het S.S.O. waert over
giste doen geseijlt te hebben sedert gisterenmiddach 12 meijlen
W. behouden, des middachs bevont ick mij op de hoochte van 43 graden
23 menuten heb noch 3 1/2 mijl affgeset S.O. behouden ons schip was seer ranck ende meijelijck in see en daertoe leeck door dien het seer overladen was.
Adij 2de Smorgens ontrent ten 7 uijren wendent W.S.W. waert
over gisten doen geseijlt te hebben, 12 mijlen
Laus
deo Adij 2 junij anno 1626 int schip Hollandia
O.S.O. behouden, het een door het andere gereeckent, des middachs
bevont mij op de hoochte van 43 graden 12 menuten, gisteren sint
wij gewent, waren tot den middach geseijlt te hebben 4 mijlen,
hadden de Cabo sinisterre oort van ons ontseijlt 40 mijlen, wij
hebben dit voorleden etmael in eerst S.S.O. te ende S.S.W. te winden
gehadt, met veel motregen ende kaekich weer, liepen westwaert over
tot des avonts ontrent te 8 uijren, seijlden met schoner seijlen,
cregen doen den wint uijt W. ende W.N.W. deden onssen coers S.S.W.
aen ende heb affgesedt 31/2 mijl
Adij 3de des
middachs geen hoochte genomen, ende naer gissinge geseijlt 12 mijlen
S. ten W. den wint westelijck met mooij weer.
Adij 4de des
middachs bevondt mij op de hoochte van 41 graden 16 menuten heb
afgesedt 19 mijlen S. behouden, hadden den wint meest van den westen
Adij
5de des middachs hebben wij geen perfecte hoochte connen
becomen, hebben naer gissinge affgesedt S.S.W. 17 mijlen, hadden
den wint vanden N. ende N.N.O. met mooije weer.
Adij 6de smiddachs
bevondt mij op de polus hoochte van 38 graden 40 menuten heb afgesedt
24 mijlen S.S.W. ende S. ten W. den wint N.O. met mooije coelten.
Adij
7de smiddachs bevonden ons op de polus hoochte van 37
graden 10 menuten, heb affgesedt S.en S. ten W. tusschen beijden
23 mijlen, hadden den wint van den N.N.O. met mooij weer en stillekens.
Adij
8de hebben wij smiddachs geen hoochte connen becomen
hebbe naer gissinge affgesedt S. en S. ten W. 17 meijlen den wint
van den westen met labbercoelte.
Adij de smiddachs
geen hoochte connen becomen, hebbe naer gissinge afgesedt S.S.O.
18 mijlen den wint westelijck des avonts cregen wij den wint vanden
N.W. ende noorden met frisse coelte deeden onsen coers S.W. ten
S. aen
Adij de voor de middach te 10 uijeren
sagen int W.S.W. en S.W. ten S. van ons het eijlant Porto Santo
des smiddachs bevondt mij op de hoochte van 33 graden 10 menuten,
hadden porto Santo west soo noordlijck van ons. Omtrent 6 mijlen
heb afgesedt het een door het ander S.S.W. 28 mijlen, bevont mij
3 a 4 mijlen oostelijcker als mijn besteck, den wint van den noorden
met frisse coelte en mooij weer.
Adij 11de hebben
des smiddachs geen perfecte hoochte becomen, hebben naer gissingen
afgesedt 33 mijlen, S.W. ten S.W. soo suijdelijk hadden den wint
vanden N.O. met frisse coelte.
Adij 12de tegen
de middach deden wij de geordineerde seijne om den breeden raedt
aen boort te comen, den welcken vergadert sijnde is bij de selve
goetgevonden dat het jacht inde haven bij ons sal blijven ende
met ons gaen tot in de haven van de SerreLione om ons lecq aldear
te stoppen volgens de resolutie daervan sijnde deden onsen coers
S.W. den wint N.N.O.
Laus
deo Adij 13 junij anno 1626 int schip Hollandia
Adij 13de smiddachs bevonden ons opde hoochte van
28 graden 30 menuten hadden de Suijhoeck van eijland de Palm S.O.
ten O. van ons ontrent 3 mijlen, deden onsen coers S.S.W. wel soo
suijdelijck den wint vanden N.N.O. met frisse coelte.
Adij 14de smiddachs bevonden ons op den hoochte van 26 graden 46 menuten het eilant ferro was int noort oosten ende N.O. ten N. van ons ontrent 14 mijlen den wint ende coers als vooren met schoon weer ende frisse coelte
Adij 15de des middachs bevonden ons op de hoochte van 25 graden 30 menuten den wint ende coers als vooren
Adij 16de des smiddachs bevonden ons op de hoochte van 23 graden en 8 menuten, passeerde op heden de Son, de wint ende coers als vooren
Adij 17de des middachs bevonden ons op de hoochte van 21 graden 6 menuten den wint als vooren wij namen desen dach ons affscheijt van Seepaert ende Domburch ende stelden onsen coers S. ten W. aen om bij oosten de Soute eijlanden te loopen soo voorts naer de serre lione om ons leck aldaer te stoppen.
Adij 18de bevonden ons op de hoochte van 18 graden 50 menuten des wint als vooren den coers, suijden wel soo westelijck
Adij 19de smiddachs bevonden ons op de hoochte van 14 graden 45 menuten was met mijn besteck 50 mijlen west van Cabo Verde, ende namen onsen coers S.O. ten S. aen hadden de wint van den N.N.O. uijt met mooij weer.
Adij 21de smiddachs bevonden ons op de hoochte van 13 graden 40 menuten den wint N.N.O. Heb affgesedt 24 mijlen S.O. ten S. behouden.
Adij 22de smiddachs bevonden ons op de hoochte van 13 graden hadden veel variabele winden hebbe affgesedt 13 mijlen S.O. ten S. behouden
Adij 23de geen hoochte connen becomen heb naer gissinge affgesedt 8 mijlen S.S.O. den wint variablel.
Adij 25de smiddachs bevonden ons op de hoochte van 11 graden 58 menuten en dreven meest in stilte op heden worden onse brieven bestelt aende Guinees vaerder want wilde met de eerste gelegentheit vertrecken
Adij 26de smiddachs bevonden ons op de hoochte van 10 graden 42 menuten heb afgeset inde 2 dagen 22 mijlen.
Translation will follow
Met dank aan Harry van Rijswijk voor het toezenden van de transcriptie
en Aad Weltevreden uit Brielle voor de uitstekende transcriptie
|